'Je weet dat het er hier mag zijn'

‘Maximaal gaan, het zijn maar 15 minuten.’ Tien burpees, vijftien squats, weer tien burpees, vijftien frog squats en dan honderd meter rennen. Zoveel mogelijk rondes achter elkaar doorgaan. Die honderd meter rennen is mijn rustmoment. Even alles eruit rennen en me klaarmaken voor een nieuwe ronde. We hadden slechts één opdracht. Tot het gaatje gaan. So I did. 

 

Tijdens de rondes ging ik vol gas. En ik raakte gefrustreerd. Ik wilde nog harder er nog meer uit halen. Maar het lukte niet. Ik kreeg niet voor elkaar wat ik voor elkaar wilde krijgen. Die burpees, mijn minst favoriete oefening, ze nekte mij. Daar ging ik stuk. Alleen ik wilde zo graag nog meer, nog verder.

 

Ik wil harder dan ik kan

Na dat kwartier trok ik mijn capuchon over mijn hoofd en zocht een plekje tegen de muur. Ik kon ze niet tegenhouden en voelde ze in mijn ooghoeken prikken. Tranen. Ik liet ze gaan. Ik was gefrustreerd en baalde van mezelf. In mijn hoofd wil ik meer dan dat mijn lijf kan. Mitchell zei het die week ervoor nog. ‘Jij wil altijd 100-110% gaan.’ Hij had niet helemaal gelijk. Liever ga ik nog veel harder. 

 

Een vriendinnetje zag het en vroeg of het ging. Ik knikte. Ik wil niks zeggen. Snel daarna voelde ik een aai over mijn bol. ‘Gaat ie Linds?’ Ik schudde mijn hoofd. De tranen bleven stromen. ‘Moeten we even boven zitten?’ Ik knikte en liep Mitchell achterna de trap op.

 

Mijn veilige plek

Daar zei ik alles en niet zoveel. Ik baalde en was gefrustreerd. En ik was tot het gaatje gegaan. Dit was even mijn ontlading. ‘Je weet dat dit er hier mag zijn.’ Dit is al twee jaar mijn veilige plek. Waar ik mijn tranen durf te laten vallen. Waar ik mag zijn. Waar ik nu ook goed genoeg ben. 

 

Thuis kruip ik eerst achter mijn laptop en schrijf ik mijn gevoel op. Over nooit goed genoeg zijn. Teveel van jezelf vragen en altijd meer willen. Dat ik zo graag wil voelen wat anderen al tijden tegen mij zeggen. ‘Linds, je bent goed zo.’